De verwende generatie

Roos Notermans Foto Kwekerij
Een kijkje achter de schermen bij de Kwekerij
april 29, 2018
Podcast-de-Kwekerij-01-Alexander-den-Heijer
Podcast #01 Alexander den Heijer
mei 8, 2018
 
Leestip: Gratis geld voor iedereen - door Rutger Bregman

De verwende generatie

Het is niet – ik kan dit niet genoeg benadrukken – dat we het niet goed hebben. Integendeel, de jeugd van tegenwoordig draagt eerder de last van de verwendheid. Jean Twenge, een psycholoog aan de Universiteit van San Diego, heeft zorgvuldig onderzoek gedaan naar de mentaliteit van jongeren vroeger en nu. Sinds de jaren tachtig, zo luidt haar conclusie, is onze eigenwaarde in opmars. Jongeren vinden zichzelf slimmer, betrouwbaarder en aantrekkelijker dan ooit.


‘Het is een generatie waarvan ieder kind verteld is: “Jij kunt alles worden wat je wilt. Je bent bijzonder,”’ aldus Twenge. Narcisme is ons met de paplepel ingegoten. Maar zodra de wijde wereld van onbegrensde mogelijkheden opengaat, storten we steeds vaker in. Dan blijkt de wereld een kille plek van concurrentie en werkloosheid. Geen Disneyland waarin alle dromen uitkomen (als je er maar hard genoeg in gelooft), maar een rat race waarin mislukken je eigen schuld is.


Achter het narcisme gaat dan ook een poel van onzekerheid schuil. Twenge heeft ontdekt dat we in de afgelopen decennia veel angstiger zijn geworden. Ze vergeleek 269 studies tussen 1952 en 1993 en ontdekte dat het gemiddelde Noord-Amerikaanse kind begin jaren negentig angstiger was dan een psychiatrische patiënt begin jaren vijftig. Volgens de Wereldgezondheidsorganisatie is depressie nu zelfs het grootste gezondheidsprobleem onder tieners. Rond 2030 zal het wereldwijd de zwaarste ziektelast zijn. En dus wordt er gedweild met de kraan open. Nooit eerder liepen zo veel jongeren bij de psycholoog. Nooit eerder kampten zo veel jonge werknemers met een burn-out. Nooit eerder werden er zoveel antidepressiva geslikt. De ziekten van het collectief – werkloosheid, onbehagen, depressie – worden keer op keer in het individu gelokaliseerd. We zijn opgevoed met de gedachte dat niet de samenleving, maar wijzelf maakbaar zijn. Succes is nu een eigen keuze, en mislukken trouwens ook. Baan verloren? Dan heb je niet hard genoeg gewerkt. Ziek? Dan heb je een ongezonde levensstijl. Ongelukkig? Slik een pil.


In de jaren vijftig stemde slechts 12 procent van de jongeren in met de stelling: ‘Ik ben een heel bijzonder persoon.’ Nu is dat 80 procent.29 En dat terwijl we juist steeds meer op elkaar zijn gaan lijken. We lezen dezelfde bestsellers, kijken dezelfde blockbusters en dragen dezelfde boxershorts. Werden onze grootouders nog gedisciplineerd door kerk, familie en vaderland, wij gaan gebukt onder media, marketing en een betuttelende overheid. Maar hoewel we meer op elkaar lijken dan ooit is het tijdperk van de grote collectieven toch voorbij. Kerk, partij en vakbond lopen leeg. Ook de scheidslijnen van weleer, rechts en links, mogen wat ons betreft bij het grofvuil. We willen gewoon ‘de problemen oplossen’, alsof de politiek aan een consultancybureau kan worden uitbesteed.


Natuurlijk, sommigen van ons proberen het oude vooruitgangsgeloof nog te reanimeren. Kan het toeval zijn dat mijn generatie voornamelijk door zogeheten ‘nerds’ wordt vertegenwoordigd, die met hun apps en gadgets de hoop op economische groei symboliseren? ‘De grootste geesten van mijn generatie denken na over de manier waarop ze mensen het beste op advertenties kunnen laten klikken,’ verzuchtte een oud-rekenwonder van Facebook onlangs nog.


Laat er geen misverstand over bestaan: het kapitalisme heeft de poorten naar Luilekkerland opengezet. Maar nu is vooruitgang synoniem geworden aan economische voorspoed. In de eenentwintigste eeuw zullen we andere manieren moeten vinden om de kwaliteit van ons leven te verbeteren.


Echte vooruitgang begint bij wat de kenniseconomie niet kan produceren: wijsheid over het goede leven. Wij moeten doen waar grote denkers als John Stuart Mill, Bertrand Russell en John Maynard Keynes een eeuw geleden al voor pleitten: ‘waarde hechten aan doel boven middel en aan het goede boven het nuttige.’ Het belangrijkste is dat we onze geest weer op de toekomst richten. Dat we ophouden met het consumeren van ons eigen chagrijn via peilingen en de altijd-slechtnieuws-media. Dat we over alternatieven nadenken en nieuwe collectieven vormen. Dat we het juk van de tijdgeest afschudden en het idealisme herkennen in elkaar.


Misschien kunnen we dan ook weer naar buiten kijken, de wereld in. Dan zullen we zien dat de oude vooruitgang daar gewoon doordendert. We zullen zien dat we leven in een geweldige tijd, van afnemende honger en oorlog en van een snel stijgende rijkdom en levensverwachting. Maar dan zullen we ook zien hoeveel ons, de rijkste 10, 5 of misschien zelfs 1 procent, nog te doen staat.